Zoeken
  • Bianca Debaets

Nu een stadstol invoeren is finale doodsteek voor Brusselse economie

Eerder vandaag raakte bekend dat de geplande stadstol voor iedereen die Brussel binnenrijdt vaste vorm begint te krijgen. Vanaf 2022 zou op alle wegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een vaste tol worden aangerekend per wagen die de hoofdstad binnenrijdt, aangevuld met een extra tarief per kilometer. Brussels parlementslid Bianca Debaets (CD&V) is tegen een eenzijdige beslissing om een stadstol in te voeren: “Dit kan niet ingevoerd worden zonder voorafgaand overleg, anders bouw je een muur rond Brussel.”

Het nieuwe tolsysteem, dat de naam ‘SmartMove’ meekreeg, zou een half miljard euro moeten gaan opleveren. Het tarief zal afhangen van het tijdstip waarop men het Brussels Gewest binnen rijdt en het vermogen (de fiscale pk’s) van de wagen in kwestie. Als compensatie voor die extra kost wordt de Brusselse autofiscaliteit aangepast, waardoor Brusselaars de eenmalige belasting op inverkeerstelling en de jaarlijkse wegenbelasting zien wegvallen en vanaf 2022 enkel nog maar betalen voor de kilometers die ze effectief rijden.

“Dat klinkt mooi, maar helaas geldt die regel niet voor Vlamingen en Walen die naar Brussel komen met de auto”, aldus Bianca Debaets. “Zij betalen in hun gewesten nog steeds alle verkeersbelastingen en krijgen in de hoofdstad nog eens een extra rekening gepresenteerd. Door nu een eenzijdige stadstol in te voeren, riskeer je bovendien Brussel af te sluiten van de rest van het land. Brussel kan maar volop zijn hoofdstedelijke rol waarmaken in wisselwerking met de andere gewesten. Elke dag komen er 370.000 pendelaars naar Brussel werken. Brussel is de motor van de Belgische economie en zorgt voor 19% van het Belgische BBP, maar een eenzijdige stadstol kan daar snel stokken in de wielen steken. Vele bedrijven geven nu al aan dat ze zullen verhuizen naar Vlaams- of Waals-Brabant. Gemeenten als Diegem, Vilvoorde of Groot-Bijgaarden liggen amper twee kilometer verder. Maar zo verliest Brussel wel bedrijven en tewerkstelling, een ramp.”

Wisselwerking en alternatieven

Toch wil Debaets het kind niet met het badwater weggooien. Volgens haar kan een stadstol op termijn wel degelijk een toegevoegde waarde bieden, maar dan moet dat doordacht gebeuren. “Iedereen weet dat we maatregelen moeten nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren zeker in onze steden. Daarom zijn we absoluut voorstander van een beter evenwicht tussen de auto en andere vervoersmodi, maar een eenzijdige stadstol is daar niet het perfecte instrument voor”,

stelt Debaets. “Een stadstol kan pas ingevoerd worden als er voldoende alternatieven beschikbaar zijn, zoals het GEN, een ruimer aanbod aan openbaar vervoer in de hoofdstad en voldoende veilige fietspaden en fietssnelwegen. Ook slimme technologie kan een oplossing bieden, denken we maar maatregelen waarbij je incentives uitwerkt voor mensen die carpoolen, zoals voorbehouden rijstroken bijvoorbeeld.”

“Dat de coronacrisis voor een ernstige financiële en economische crisis gezorgd heeft, is al langer duidelijk”, besluit Debaets. “Veel ondernemers hebben nu al het water aan de lippen staan. Als we nu in ons eigen vel snijden door een eigen stadstol te forceren, zonder overleg met Wallonië en Vlaanderen, zal dat voor sommigen de finale doodsteek betekenen. Wij zijn voorstander van een duurzame mobiliteitsoplossingen, maar niet op deze manier.”